Geheel de Hemel Weerspiegelend
  Yvonne Schroeten

Resultaten Atelier Met Verve

 

Atelier met Verve is een plek waar op een laagdrempelige manier kunst en gezelligheid elkaar ontmoeten. Het is bedoeld voor mensen die hun eigen creativiteit willen ontdekken en/of verder willen ontwikkelen. Atelier Met Verve streeft naar een positieve en gezellige sfeer in de groep. 

 

Er worden nieuwe technieken aangeboden, volgens opdrachten gewerkt maar je kunt ook gewoon je eigen ding doen. Onder begeleiding van Monique Humblet kun je ontdekken wat voor stijl je het meest ligt.
Iedereen is welkom, zowel beginners als gevorderden. De bestaande groep bestaat uit verschillende nationaliteiten en leeftijd zowel mannen als vrouwen. 

 

 



Dit zijn de motivatie teksten voor de schilderijen van de deelnemers van Atelier Met Verve. 
De schilderijen zijn onder leiding van Monique Humblet gemaakt.


Zij hebben gewerkt met het thema “Dromen”. 
Zij hebben voor dit thema gekozen omdat dromen een weerspiegeling zijn van hoe zij zich voelen en dit past zowel goed bij het kunstproject als bij de groep.


Asima Pasagic
Een leven zonder dromen is als een tuin zonder bloemen. Ik droom over een mooi huisje in dit landschap waar ik gelukkig kan zijn en mijn oude dagen samen kan doorbrengen met mijn man.

Chantal van Dooren
Het fijne aan de nacht is dromen zonder grenzen, alles mag. Als ik mijn ogen sluit dan zie ik duizend beelden en geluiden, soms positief, soms negatief. Als ik de volgende dag wakker word kijk ik hoe ver ik gekomen ben.

Ine Schulpen
Mijn droom is om ooit naar de Tarot-tuin van Niki de Saint Phalle te gaan.

Ranneke ten Rouwelaar
Het is mijn droom om ooit nog eens een fijne en aardige vriend te krijgen.
Dan drinken we thee in de droomtuin uit mijn fantasie.
Doordat het een fantasietuin is, zijn de vogels en vlinders allemaal wat groter dan normaal.
We hebben het er gezellig en praten veel en genieten van elkaars gezelschap.
We passen bijzonder goed bij elkaar, voelen ons bij elkaar op ons gemak en denken over veel dingen hetzelfde. 
We hebben een bijzonder fijne tijd samen!!!

Rob Maas
Als ik voor het slapen gaan uit het venster van mijn slaapkamer staar, droom ik van de rust die de nacht en de maan uitstralen.

Senada Buzaljko
Waar ik ooit het gelukkigst was is kapot gemaakt door slechte mensen. Zij vergeten dat wij op deze wereld een korte tijd zullen zijn. Ooit hoop ik dat ik daar opnieuw geluk vind. Begin en einde en andersom, dat einde kan een nieuw begin worden. Wij gaan allemaal over de brug heen. Sommige gaan naar een van de deuren en sommige vallen van de brug in de diepte.


 

Resultaten filmworkshops Stopmotion o.l.v. Kim de Bis en Yvonne Schroeten


Resultaat deelproject dans

2 dansers wanen zich door de schilderijen van kunstenares Yvonne Schroeten. De dansers vertolken wat er te zien is op het schilderij. Dit wordt versterkt door de gesproken tekst die je meeneemt in het kijken naar het schilderij en de dans. Dit project is onderdeel van het Crossborder project ‘Spiegelbeelden’ waarbij verschillende mensen reageren op fragmenten uit het kunstenaarsrelaas ‘geheel de hemel weerspiegelend’. 

dansers: Manouk Retera en Margot Kerstens. choreografen: Manouk Retera en Sharon Habets 



Resultaat deelproject film 

Filmmaker Kim de bis maakte in samenwerking met danser Stephanie Rijpekema een film als reactie op onderstaand tekstfragment op het boek: 

“Klein en nietig maar met een groot gevoel lag ik als een naakt kind in mijn glazen kubus te midden van een immens en schuldig landschap. Driehonderdzestig graden rondom mij heen waren er zo ver mijn netvlies het kon weerspiegelen zand, olie, algen, steen en slijk. Door mijn lage standpunt beleefde ik de diepte gecomprimeerd in smalle overlappende landstroken, in de verte dicht op elkaar gepakt en dun gereept, om zich naar me toe perspectivisch te verwijden. Hier en daar werd mijn blikveld verruimd door een diep gelegen geul, vallei of kom.

Een tiende van wat ik kon overzien was land. De rest, daarboven: lucht. Lucht zoveel vullend als enkel schipbreukelingen ooit hebben aanschouwd, drijvend in een streepje zee, het zicht op het zwerk door niets begrensd. 

Het gigantische firmament trok over me heen in vele hoedanigheden: gesluierd in windveren, getooid met wolken in plukken, plooien en rafels, wit of grijs als lei. Op zonnige dagen knalde pal boven mij een kobaltblauw, langzaam naar alle zijden om mij heen verkleurend naar een lichter ceruleum richting horizon, geleidelijk illuminerend naar wit, vlak boven de verre streep die om mij heen getrokken was. Ik draaide me rond mijn as in mijn glazen kas. Alsof ik het middelpunt was van een enorme langspeelplaat, die om mijn kern heen draaide. Zonlicht speelde door mijn glazen wand en warmde me op voor de nacht. Regen striemde neer behalve op mij en mijn twee onder glas gevangen kubieke meters.

Van het diepste fluweelzwart was de nacht met zijn sterrenhemel. De verfijningen van de zinderende lichtpunten op afstanden die het menselijk verstand te boven gaan, de bizarre werkelijkheid daarvan vervulde mij met angst en bewondering, met ontzetting en vertrouwen. Ik genoot van de elementen, de dag, de nacht, de regen, de wind en het zonlicht. Ik was er zo dichtbij, ik versmolt er bijna mee. Dit had ik gemist in mijn ondergrondse wereld.

In mij begon een plantje te groeien. Het droeg een zaadje dat af en toe mijn bewustzijn aanraakte. ‘Jij wordt bewaard in deze Apocalyps,’ fluisterde het. ‘Jij wordt bewaard als getuige.’

Ik lag op mijn rug, tuurde omhoog door mijn glaswand naar een weerspiegeling van mezelf. Filmisch werd er ingezoomd op mijn gezicht en op mijn linkeroog. Mijn rechteroog sloot zich als een mossel. (Deed ik dit zelf of werd dit gestuurd?) Mijn geopende oog werd groter. De pupil glansde en was zwarter dan de nacht. Ze verwijdde zich abrupt, geheel de hemel weerspiegelend. De hele hemel zoog zich vast aan mijn ene oog. Hij trok aan mijn lens. Ik lag als verlamd. Alles werd gereflecteerd, samengebald in één brandpunt en dat brandpunt was mijn oog. Nu het ontbrak aan oceanen om hemelen te spiegelen had het uitspansel enkel mijn glanzende pupil om zich in volle omvang te reflecteren. Alles weerspiegelde zich in mij, in Mij. Ik lag oog in oog met het grootste. Uitverkoren.

Zo lag ik stil en diepgelukkig, vol verwachting van wat nu komen ging. Ik verwachtte niets minder dan een heilige annunciatie, een onbevlekte ontvangenis. Maar een pijnscheut van achter mijn linkeroogzenuw schoot door me heen. Mijn euforie kromp. De hemel en ik, we keken elkaar in het oog en de hemel begon harder te trekken. Mijn oogbol werd zowat uit zijn kas getrokken, als door een veel te sterke magneet. Dit was niet eervol meer, niet bijzonder bewonderenswaardig en verheven. Hier was iets anders aan de hand. Het trekken werd sterker, tegelijk zwol de pijn aan. In oplaaiende paniek poogde ik de zuigkracht te doorbreken. Knipperen kon ik niet, mijn hoofd afwenden evenmin, mijn armen lagen lam aan weerszijden van mijn slappe lijf. Dit was de hemel versus mij en ik versus de hemel. Het trekken verdiepte zich tot achter in mijn oog. De pijn priemde door mijn oogwand, drong door tot in de weidsheid van mijn hersenpan, in de ruimte die daar was, mijn denkbeeldige ruimte. De hemel penetreerde mijn zelfgeschapen hemel. Bij het binnengaan daarvan, daar waar niemand was geweest, verdeelde zijn trekkracht zich over het grote ruim waarin de hemel viel en verslapte even. Iets tastte mijn binnenruimte af, als een tentakel. Ik voelde de omvang ervan. Als een meteoor trof het me: Mijn ruimte was groter dan de zijne. Groter dan de hemelse. “(copyright auteur Yvonne Schroeten, Geheel de Hemel Weerspiegelend.)